Hoe ga je om met een nieuwe situatie (je leerstijl)
Vragenlijst leerstijlen Kolb
Instructie:
Ieder mens heeft een eigen wijze om te leren. Doorgaans worden door een ieder meerdere leerstijlen ingezet om te komen tot leren. Veelal is echter één van de stijlen dominant.
De bedoeling van deze vragenlijst is uw dominante, voorkeursleerstijl(en) te ontdekken. Op deze manier zult u in staat zijn die leerervaringen te kiezen die het beste bij uw stijl passen.
Deze vragenlijst bestaat uit 80 stellingen.
Geef bij elke stelling aan of u het ermee eens bent of niet. Doe dit door een X te plaatsen in de kolom eens als u het ermee eens bent en een X in de kolom oneens als u het er niet mee eens bent.
Er zijn geen goede of foute antwoorden mogelijk. Neem bij de beantwoording van de vragen bij voorkeur reële situaties voor ogen en geef aan hoe u in werkelijkheid denkt en handelt.
Sla geen vragen over.
Het invullen van de vragenlijst zal ongeveer 10 tot 15 minuten in beslag nemen
Vragenlijst leerstijlen Kolb
| eens | oneens | ||
| 1 | Ik heb uitgesproken ideeën over wat goed of fout is. | ||
| 2 | Ik ben vaak roekeloos. | ||
| 3 | Ik los problemen het liefst stap voor stap op, zonder mijn fantasie de vrije loop te laten. | ||
| 4 | Ik vind dat formaliteiten de mensen beknotten | ||
| 5 | Ik heb de reputatie een directe, no-nonsense stijl te hebben. | ||
| 6 | Ik vind acties gebaseerd op intuïtie vaak even goed als acties gebaseerd op zorgvuldig overwegen en analyseren. | ||
| 7 | Ik houd van werk waarbij ik de tijd heb alles uit te pluizen. | ||
| 8 | Ik vraag mensen regelmatig naar hun uitgangspunten. | ||
| 9 | Het belangrijkste is hoe iets in de praktijk uitwerkt. | ||
| 10 | Ik ga actief op zoek naar nieuwe ervaringen. | ||
| 11 | Als ik iets hoor van een nieuw idee of een nieuwe benadering, begin ik meteen de toepassing in de praktijk uit te werken. | ||
| 12 | Ik hecht veel belang aan zelfdiscipline zoals volhouden van een dieet, regelmatige lichaamsbeweging en vasthouden aan een bepaalde routine. | ||
| 13 | Ik stel er een eer in iets grondig te doen. | ||
| 14 | Ik kan het beste opschieten met logische, analytische mensen en minder goed met spontane, “irrationele” mensen. | ||
| 15 | Ik ga zorgvuldig te werk bij de interpretatie van beschikbare informatie en hoed me voor overhaaste conclusies. | ||
| 16 | Het liefst neem ik een beslissing na zorgvuldige afweging van vele alternatieven. | ||
| 17 | Ik voel me meer aangetrokken tot nieuwe, ongewone ideeën dan tot de meer gangbare ideeën. | ||
| 18 | Ik houd niet van iets dat niet af is en pas het liefst alles in een samenhangend patroon. | ||
| 19 | Ik accepteer en houd me aan vastgestelde procedures zolang ik ze efficiënt vind om een doel te bereiken. | ||
| 20 | Ik breng mijn acties graag in verband met een algemeen principe. |
| eens | oneens | ||
| 21 | In discussies kom ik graag meteen terzake. | ||
| 22 | Ik ben geneigd een zekere afstand te bewaren tot mijn collega’s. | ||
| 23 | Ik vind het een enorme uitdaging iets nieuws en anders aan te pakken. | ||
| 24 | Ik houd van geestige, spontane mensen. | ||
| 25 | Ik verdiep me in alle details voor ik een conclusie trek. | ||
| 26 | Ik vind het moeilijk te komen met wilde, spontaan opkomende ideeën. | ||
| 27 | Ik verspil niet graag tijd door om de hete brij heen te draaien. | ||
| 28 | Ik pas ervoor op overhaaste conclusies te trekken. | ||
| 29 | Ik heb graag zoveel mogelijk bronnen van informatie, hoe meer gegevens om over na te denken, hoe liever. | ||
| 30 | Oppervlakkige mensen die alles niet zo serieus nemen irriteren meVaak. | ||
| 31 | Ik luister eerst naar anderen voor ik mijn mening geef. | ||
| 32 | Ik laat meestal duidelijk merken hoe ik over iets denk. | ||
| 33 | Ik vind het leuk om andere mensen bezig te zien in een discussie. | ||
| 34 | Ik reageer liever spontaan en flexibel op gebeurtenissen dan alles van te voren te plannen. | ||
| 35 | Ik voel me nogal aangetrokken tot technieken zoals netwerkanalyses, stromingsdiagrammen, vertakkingprogramma´s, “onvoorziene” planning. | ||
| 36 | Ik vind het vervelend als ik werk moet afraffelen om een tijdslimiet te halen. | ||
| 37 | Ik beoordeel ideeën meestal op hun praktische waarde. | ||
| 38 | Rustige, bedachtzame mensen bezorgen mij vaak een onbehaaglijk gevoel. | ||
| 39 | Mensen die zich hals over kop ergens in storten ergeren mij vaak. | ||
| 40 | Het is belangrijker van het heden te genieten dan na te denken over het verleden of de toekomst. |
| eens | oneens | ||
| 41 | Volgens mij zijn beslissingen die gebaseerd zijn op grondige analyse van alle informatie beter dan beslissingen gebaseerd op intuïtie. | ||
| 42 | Ik neig tot perfectionisme. | ||
| 43 | In discussies draag ik vaak ideeën aan die me ineens te binnen schieten. | ||
| 44 | In besprekingen kom ik met praktische, realistische ideeën. | ||
| 45 | Regels zijn er vaak om overtreden te worden. | ||
| 46 | Ik neem het liefst afstand van een situatie en bekijk de dingen van alle kanten. | ||
| 47 | Ik zie vaak de zwakke punten en inconsequenties in de argumenten die andere mensen aanvoeren. | ||
| 48 | In het algemeen praat ik meer dan ik luister. | ||
| 49 | Ik zie vaak betere en meer praktische manieren om iets gedaan te krijgen. | ||
| 50 | Geschreven rapporten moeten volgens mij kort en bondig zijn. | ||
| 51 | Ik vind dat rationeel, logisch denken de overhand moet hebben. | ||
| 52 | Ik houd gesprekken liever zakelijk dan te praten over koetjes en kalfjes. | ||
| 53 | Ik houd van mensen die met beide benen stevig op de grond staan. | ||
| 54 | Als mensen met irrelevante dingen komen in discussies en afdwalen word ik ongeduldig. | ||
| 55 | Als ik een rapport moet opmaken maak ik meestal eerst een aantal concepten vóór ik de definitieve versie schrijf. | ||
| 56 | Ik probeer graag dingen om te zien of ze werken in de praktijk. | ||
| 57 | Ik vind het belangrijk oplossingen te vinden via een logischebenadering. | ||
| 58 | Ik vind het leuk de grote prater te zijn. | ||
| 59 | In gesprekken vind ik vaak dat ik de realist ben, die zorgt dat niemand afdwaalt en zich verliest in rozige speculaties. | ||
| 60 | Ik overweeg graag vele alternatieven voor ik een besluit neem. |
| eens | oneens | ||
| 61 | In gesprekken met andere mensen vind ik mijzelf vaak de nuchterste en objectiefste. | ||
| 62 | In discussies blijf ik liever op de achtergrond dan de leiding te nemen en het hoogste woord te voeren. | ||
| 63 | Ik vind het fijn lopende zaken te zien in een wijder perspectief, meer op lange termijn. | ||
| 64 | Als er iets misgaat, schud ik het graag van mij af en beschouw het als extra ervaring. | ||
| 65 | Ik verwerp wilde, spontane ideeën meestal als onpraktisch. | ||
| 66 | Ik denk altijd: “bezint eer ge begint”. | ||
| 67 | In het algemeen luister ik meer dan ik praat. | ||
| 68 | Ik ben vaak hard tegen mensen die er moeite mee hebben om problemen logisch te benaderen. | ||
| 69 | Meestal vind ik dat het doel de middelen heiligt. | ||
| 70 | Ik geef er niets om anderen te kwetsen als het werk maar gedaan wordt. | ||
| 71 | De formaliteit van specifieke doelstellingen en plannen benauwt me. | ||
| 72 | Meestal ben ik de “spil” van een gezelschap. | ||
| 73 | Ik doe alles wat nodig is om iets gedaan te krijgen. | ||
| 74 | Methodisch, gedetailleerd werk verveelt me snel. | ||
| 75 | Ik onderzoek graag de uitgangspunten, principes en theorieën die ten grondslag liggen aan zaken of gebeurtenissen. | ||
| 76 | Ik wil er altijd graag achterkomen wat andere mensen denken. | ||
| 77 | Ik heb graag dat vergaderingen ordelijk verlopen, dat er niet van de agenda wordt afgeweken. | ||
| 78 | Ik laat me niet in met subjectieve of omstreden onderwerpen. | ||
| 79 | Ik geniet van drama en opwinding in een crisissituatie. | ||
| 80 | Anderen vinden vaak dat ik geen begrip kan opbrengen voor hun gevoelens. |
BEREKENEN VAN DE SCORE
Geef in de onderstaande lijst aan welke vragen u met (eens) beantwoord hebt. Voor deze vragen krijgt u 1 punt. Tel vervolgens per kolom de punten bij elkaar op.
| 2 | …. | 7 | …. | 1 | …. | 5 | …. |
| 4 | …. | 13 | …. | 3 | …. | 9 | …. |
| 6 | …. | 15 | …. | 8 | …. | 11 | …. |
| 10 | …. | 16 | …. | 12 | …. | 19 | …. |
| 17 | …. | 25 | …. | 14 | …. | 21 | …. |
| 23 | …. | 28 | …. | 18 | …. | 27 | …. |
| 24 | …. | 29 | …. | 20 | …. | 35 | …. |
| 32 | …. | 31 | …. | 22 | …. | 37 | …. |
| 34 | …. | 33 | …. | 26 | …. | 44 | …. |
| 38 | …. | 36 | …. | 30 | …. | 49 | …. |
| 40 | …. | 39 | …. | 42 | …. | 50 | …. |
| 43 | …. | 41 | …. | 47 | …. | 53 | …. |
| 45 | …. | 46 | …. | 51 | …. | 54 | …. |
| 48 | …. | 52 | …. | 57 | …. | 56 | …. |
| 58 | …. | 55 | …. | 61 | …. | 59 | …. |
| 64 | …. | 60 | …. | 63 | …. | 65 | …. |
| 71 | …. | 62 | …. | 68 | …. | 69 | …. |
| 72 | …. | 66 | …. | 75 | …. | 70 | …. |
| 74 | …. | 67 | …. | 77 | …. | 73 | …. |
| 79 | …. | 76 | …. | 78 | …. | 80 | …. |
| Totaal | …. | Totaal | …. | Totaal | …. | Totaal | …. |
DOENER | DROMER | DENKER | BESLISSER | ||||
Aangezien de maximale score voor iedere stijl twintig is, zou men op het eerste gezicht kunnen concluderen dat de hoogste van de vier scores de overheersende leerstijl aangeeft. Dit is echter niet noodzakelijk waar. Sommige leerstijlen blijken meer voor te komen dan andere. Gemiddeld genomen over 1000 personen scoort de Doener 9.3, de Dromer 13.6, de Denker 12.5 en de Beslisser 13.7.
De normen van de leerstijlenvragenlijst zijn berekend aan de hand van de scores behaald door:
- a de hoogst scorende 10% van de mensen
- b de volgende 20%
- c de middelste 40%
- d de volgende 20%
- e de laagst scorende 10% van de mensen
Zeer sterke voorkeur | Sterke voorkeur | Matige voorkeur | Lage voorkeur | Zeer lage voorkeur | |
Doener | 13-20 | 11-12 | 7-10 | 4-6 | 0-3 |
Dromer | 18-20 | 15-17 | 12-14 | 9-11 | 0-8 |
Denker | 16-20 | 14-15 | 11-13 | 8-10 | 0-7 |
Beslisser | 17-20 | 15-16 | 12-14 | 9-11 | 0-8 |
- Ieder score die samenvalt met de stippellijn of er boven ligt, betekent dat u een sterke voorkeur voor de betreffende leerstijl heeft.
- Hoe verder uw score binnen de stippellijn ligt, des te lager is uw voorkeur voor de betreffende leerstijl
Uitleg leerstijlen
Doener
Doeners storten zich helemaal en zonder vooroordelen in nieuwe ervaringen. Ze genieten van het hier en nu en zijn blij overheerst te worden door directe ervaringen. Ze zijn open van geest, niet sceptisch en daardoor zijn ze snel enthousiast voor alles wat nieuw is. Hun dagen zitten vol met allerlei activiteiten. Ze genieten van brandjes blussen bij kortstondige crises. Ze pakken problemen aan door middel van brainstorming. Zo gauw het enthousiasme over de ene activiteit verflauwd is, zijn ze op zoek naar de volgende activiteit. Ze bloeien op door de uitdaging van nieuwe ervaringen, maar vervelen zich bij invoering en lange termijn consolidatie. Ze houden van gezelligheid en zijn constant bezig met andere mensen, maar trekken tegelijkertijd alle aandacht. Ze zijn de spil van het gezelschap en zijn erop uit alle activiteiten rond henzelf te concentreren.
Dromers
Dromers nemen graag afstand om ervaringen te overwegen en vanuit alle hoeken te bekijken. Ze verzamelen gegevens, zowel uit de eerste hand als van anderen. Ze herkauwen graag grondig voor ze een conclusie trekken. Ze proberen zo lang mogelijk definitieve conclusies uit te stellen. Hun levenshouding is behoedzaamheid; “Bezint eer ge begint en slaap er nog eens een nachtje over.” Ze zijn bedachtzame mensen die graag alle gezichtspunten en mogelijkheden overwegen voor ze tot actie overgaan. Ze blijven het liefst op de achtergrond in vergaderingen en gesprekken. Ze observeren graag andere mensen, die bezig zijn. Ze houden zich gedeisd en maken een lichtelijk afstandelijke, verdraagzame en onverstoorbare indruk. Wanneer ze tot actie overgaan, maakt dat deel uit van een groter geheel dat zowel verleden als heden omvat.
Denkers
Denkers passen waarnemingen aan en integreren ze in ingewikkelde, maar logisch verantwoorde theorieën. Ze doordenken problemen op een stap-voor-stap logische manier. Ze assimileren ongelijksoortige feiten tot samenhangende theorieën. Ze neigen tot perfectionisme en vinden geen rust tot de dingen geordend zijn en passen in hun rationele schema’s. Ze analyseren en synthetiseren graag. Ze zijn dol op uitgangspunten, principes, theoretisch modellen en systematisch denken. Hun levensverhouding prijst rationaliteit en logica. “Als het logisch is, is het goed”. Ze zijn vaak onbevooroordeeld, analytisch en toegewijd aan rationele objectiviteit in plaats van subjectief of dubbelzinnig. Ze benaderen problemen consequent logisch. Ze willen een zo groot mogelijke zekerheid en voelen zich slecht op hun gemak met subjectieve oordelen, zijsprongen en oppervlakkigheid.
Beslissers
Beslissers proberen graag zaken uit in de praktijk. Ze zoeken nieuwe ideeën tot op bodem uit en nemen de eerste de beste gelegenheid waar om met de toepassing te experimenteren. Ze zijn het slag mensen dat na een lesblok overloopt van nieuwe ideeën, die ze uit willen proberen in de praktijk. Ze pakken graag dingen aan en reageren snel en vol vertrouwen op ideeën die hun aanspreken. Ze “draaien niet graag om de hete brij heen” en worden vaak ongeduldig van oeverloze en eindeloze discussies. Ze zijn in wezen praktische mensen die met beide benen op de grond staan, die graag praktische besluiten nemen. Ze zien problemen en kansen als een uitdaging. Hun levenshouding is: “Als het werkt is het goed”.








